29 mei 2026 · 7 min read
Als het ziekenhuis zelf leert bouwen: van losse pioniers naar beleid
Tot nu toe waren het individuele artsen die zelf tools bouwden. Nu beslist een eerste ziekenhuis dat élke clinicus het tegen 2027 moet kunnen. Dat verandert alles: van toevalstreffer naar beleid. Een blik op wat er nu gebeurt, en op de scenario's die eraan komen.
Door Bart Collet
In mijn vorige twee stukken ging het over individuen. Een cardioloog die tussen twee ingrepen door een prototype schrijft, een NHS-huisarts die voor 175 pond bouwt wat een agency op 100.000 begrootte, een verpleegkundige die haar papieren spiekbrief vervangt door een echte tool. Stuk voor stuk indrukwekkend, maar ook stuk voor stuk uitzonderingen. Mensen met een ongewone combinatie van klinische blik en technische nieuwsgierigheid.
De afgelopen weken zie ik iets anders opduiken in mijn dagelijkse leesstroom, en het is veel belangrijker dan het zoveelste heldenverhaal: instellingen beginnen dit tot beleid te maken.
Een ziekenhuis dat het tot organisatiedoel maakt
Children's Nebraska, een kinderziekenhuis in Omaha, nam een beslissing die een paar jaar geleden ondenkbaar zou zijn geweest. De ambitie: tegen 2027 wil het dat élke arts en verpleegkundige in huis kan vibe coden. Niet als vrijblijvend extraatje, maar als expliciete, instellingsbrede koers; hun chief information and innovation officer, Ryan Cameron, noemt het "de grootste gok" van de organisatie voor 2027.
Zijn redenering raakt de kern: "de beste producten ontstaan bij mensen die het probleem aan den lijve ondervinden, niet bij de interpretatie die een ingenieur daarvan maakt." Daarom wil het ziekenhuis elke clinicus de tools, de training én het traject geven om van een idee een werkende toepassing te maken; veilig, en met het juiste toezicht. Weg van software waarin je formuliertjes invult die iemand anders ooit ontwierp, naar tools die de clinicus zelf vorm geeft rond het probleem dat hij of zij die ochtend op de afdeling tegenkwam.
Dat is een fundamenteel ander signaal dan een hackathon-winnaar. Een individu dat iets bouwt, bewijst dat het kan. Een ziekenhuis dat het van al zijn artsen, verpleegkundigen en apothekers verwacht, beslist dat het de norm wordt. En het staat niet alleen. Harvard's T.H. Chan School of Public Health lanceerde een executive programma met de veelzeggende titel "Beyond Vibe Coding: Building AI Solutions to Transform Health Care", gericht op clinici en zorgleiders. De academische wereld en de ziekenhuisdirectie komen, los van elkaar, bij dezelfde conclusie uit.
Waarom dit nu pas kan
De reden dat dit verschuift van "leuk experiment" naar "beleid" is dat de flessenhals verlegd is. Vroeger lag de bottleneck bij de bouwcapaciteit: een goed klinisch idee stierf in de wachtrij van een IT-afdeling die nooit tijd had. Vandaag is de bottleneck de klinische beoordeling zelf: wéten wat je moet bouwen, het precies kunnen beschrijven, en herkennen wanneer de output niet klopt. En laat dat nu net zijn wat een zorgverlener elke dag doet.
Bart De Witte, die al jaren over open zorg-AI schrijft, vat de schaal ervan scherp samen: we gaan van zo'n 30 miljoen mensen die code kunnen schrijven naar ongeveer 6 miljard mensen die een computer simpelweg kunnen aansturen om een probleem op te lossen. De interface om software te maken is gewone taal geworden. Dat is geen incrementele verbetering; dat is een andere wereld.
De analisten bevestigen de richting. Gartner verwacht dat tegen 2028 ongeveer driekwart van de software-engineers in bedrijven met AI-codeassistenten zal werken, tegenover minder dan 10% in 2023. En als de tools zó toegankelijk worden, blijft het niet bij de engineers. Wat in de logistiek of de retail gebeurt, gebeurt ook in de zorg; de vraag is alleen wie er aan tafel zit wanneer die tools gebouwd worden.
Hoe dat er concreet uitziet
Abstracte beloftes overtuigen niemand op de werkvloer, dus laat me schetsen wat een ziekenhuis waar clinici zelf bouwen er in de praktijk uitziet. Geen sciencefiction; alles hieronder is met de tools van vandaag al haalbaar als prototype.
- De spoeddienst die haar eigen overzicht bouwt. Niet het generieke dashboard van de EPD-leverancier, maar een scherm dat precies de vier parameters toont waar déze dienst op stuurt tijdens een drukke nacht, in de volgorde waarin het team echt denkt.
- De oncoloog die patiëntvoorbereiding automatiseert. Een tool die de complexe uitleg voor een nieuw behandelschema omzet in begrijpelijke B1-taal, met de juiste bronverwijzingen, klaar om mee te geven na de consultatie.
- De hoofdverpleegkundige die haar registratiestroom hertekent. Hetzelfde probleem dat ik dertig jaar geleden met Microsoft Access oploste (zie mijn vorige stuk), maar nu in een namiddag in plaats van in maanden, en door haarzelf in plaats van door een tussenpersoon.
- De apotheker die een interactie-checker bouwt rond het specifieke formularium van het eigen huis, in plaats van te vechten met een generieke databank die de helft van de tijd irrelevante waarschuwingen geeft.
Children's Nebraska bouwt vandaag al in deze geest. Hun agentic platform "Hey Medicaid" loodst gezinnen door het kluwen van de Medicaid-heraanvraag; hun command center "Synapse" bundelt bedbeheer, doorstroming en realtime klinische beslissingsondersteuning. Niets daarvan vervangt het EPD of de grote systemen. Alles vult de gaten op waar generieke software nooit helemaal paste, omdat generieke software generiek moet zijn om verkoopbaar te blijven.
Waar het instituut het verschil maakt
En toch is dit het stuk waar ik, zoals altijd, eerlijk wil zijn over de grenzen. Want een ziekenhuis dat al zijn clinici laat bouwen, zet ook een nieuw soort risico op scherp.
Een prototype is geen productiesysteem. De code die deze tools genereren is vaak omslachtig, soms broos, en af en toe fout op een manier die een niet-ingenieur niet opmerkt. Zodra er patiëntdata in komen, gelden GDPR, de AI Act, audit-trails, toegangscontrole en EPD-integratie. Dat zijn geen randzaken; dat zijn de echte obstakels.
Hier zit nu net de meerwaarde van een instelling die dit tot beleid maakt, in plaats van het over te laten aan losse pioniers. Een individuele arts die in zijn eentje bouwt, heeft geen vangnet. Een ziekenhuis kan het wél organiseren: duidelijke grenzen tussen "speel-prototype" en "productie-rijp", een informatica-afdeling die het prototype overneemt als spec en er iets robuusts van maakt, een governance-laag die bepaalt welke data wel en niet in een zelfbouw-tool mogen. De clinicus levert de scherpe brief en het werkende prototype; de organisatie levert de structuur eromheen. Dát is de combinatie die Children's Nebraska eigenlijk institutionaliseert.
De juiste rol van de clinicus-bouwer is dan ook niet "vervang de IT-afdeling". Het is: kom met een werkend prototype aan tafel in plaats van met een PowerPoint. Dat verandert het gesprek volledig.
Wat dit voor ons betekent
Children's Nebraska ligt in Nebraska, niet in Antwerpen of Gent. Maar de onderliggende beweging stopt niet aan een grens, net zomin als de cloud-tools dat doen. De vraag is niet óf Belgische en Nederlandse ziekenhuizen deze kant op gaan, maar wie hier het eerst de stap zet van toevallige enthousiastelingen naar een bewuste koers.
Stel je voor: een Belgisch ziekenhuis dat over twee jaar standaard van zijn assistenten verwacht dat ze hun eigen werkinstrumenten kunnen schetsen. Een huisartsenpraktijk die haar eigen no-show-opvolging bouwt in plaats van te wachten op een softwarepakket dat er nooit komt. Een woonzorgcentrum dat zijn inspectierapportering hertekent door iemand op de vloer, niet door een externe consultant. Geen van die scenario's vraagt nog een doorbraak in de technologie. Ze vragen alleen dat iemand beslist om te beginnen.
Dat is precies waar Care & Code op inzet. Onze Clinical Build Day op 3 oktober 2026 in Antwerpen is geen abstract event over technologie; het is de dag waarop zorgprofessionals leren bouwen wat ze nodig hebben, en leren herkennen waar de grens ligt tussen een prototype en iets dat je op een patiënt durft los te laten. Het is, in het klein, dezelfde stap die Children's Nebraska in het groot zet.
De tools zijn er. De voorbeelden zijn er. En sinds kort zijn er ook de eerste instellingen die er beleid van maken. Wat ontbreekt in de Benelux is iemand die als eerste de stap zet. Laat ons die plek zijn.
Schrijf je in op de waitlist via careandcode.be. 3 oktober 2026, Antwerpen. We kijken ernaar uit.
Bart
Lees verder
12 mei 2026 · 6 min read
Clinicians die bouwen: het nieuwe profiel achter AI in de zorg
Niet iedereen die AI in de zorg vooruithelpt is engineer. Een groeiende groep artsen, verpleegkundigen en apothekers bouwt zelf. Dit is wat zij doen, en waarom Care & Code daarop wedt.
12 mei 2026 · 6 min read
Van Lotus 123 tot Lovable: 30 jaar zorgsoftware bouwen
In 1995 werd ik directeur van een woonzorgcentrum en moest ik mijn eigen software bouwen omdat er niets bestond dat paste bij de werkvloer. Vandaag, met vibe coding, kan elke zorgverlener dat zelf doen. Wat veranderde er, en wat blijft hetzelfde?